Wat is PDD-NOS?
PDD-NOS is de afkorting van Pervasive Developmental Disorder Not Otherwise Specified, een Engelse naam voor stoornissen die worden gerekend tot de pervasieve ontwikkelingsstoornissen. Pervasieve ontwikkelingsstoornissen is de overkoepelende naam voor stoornissen waartoe ook het autisme behoort.
Met PDD-NOS wordt een restcategorie aangeduid die kenmerken heeft van het autisme, maar niet genoeg om zo te worden genoemd. Pervasief betekent (in het Latijn) doordringen. Het wil zeggen dat we bij pervasieve stoornissen te maken hebben met problemen die doordringen in verschillende ontwikkelingsgebieden van een kind. Dat kan bij kinderen met PDD-NOS de taalontwikkeling zijn, de motorische ontwikkeling, het reageren op interne en externe prikkels, maar vooral het vermogen zich op anderen te richten en het eigen gedrag in sociale situaties goed te besturen.
Bij kinderen met PDD-NOS ontwikkelen het sociale begrip en de sociale intuïtie zich zeer moeizaam. Dat maakt hen vaak onzeker en angstig. Ter voorkoming van deze angst houden zij zich graag vast aan bekende regels en patronen. In hun interesses kunnen ze zelfs rigide en dwangmatig zijn. De problemen uiten zich bij een kind met PDD-NOS verschillend per leeftijd. De problemen worden groter naarmate het kind meer in de buitenwereld gaat functioneren.
Oorzaak en gevolgen PDD-NOS
De oorzaak van PDD-NOS is nog niet echt duidelijk. Men vermoedt een stoornis in de ontwikkeling van de hersenen die gevolgen heeft voor het verwerken van (vooral sociale) informatie. Geschat wordt dat erfelijkheid in 80-90% een rol speelt in de vorm van een kwetsbaarheid voor het ontwikkelen van de stoornis. Dikwijls ziet men in families van kinderen met PDD-NOS veel varianten van deze stoornissen, in de verschillende gradaties van sociaal een beetje onhandig tot het zuivere autisme.
PDD-NOS kan een grote invloed hebben op het dagelijks functioneren van het kind, met name op sociaal gebied. De opvoeding van het kind vergt een behoorlijke inspanning en heeft vaak zijn weerslag op het hele gezin.
De gevolgen van PDD-NOS
Gevolgen voor het kind Voor het kind betekenen de gevolgen van PDD-NOS vaak een ernstige beperking in het dagelijks functioneren. Dit is uiteraard afhankelijk van de samenstelling en de ernst van de stoornis. Kinderen met PDD-NOS zijn door hun problemen in de sociale omgang vaak heel onzeker en eenzaam. Angsten komen bij hen meer dan gemiddeld voor. Op school functioneren deze kinderen vaak onder hun intelligentieniveau. Vrienden maken en vriendschappen onderhouden is voor deze kinderen een extreem moeilijke opgave.
Gevolgen voor het gezin Voor ouders van kinderen met PDD-NOS is het ontbreken van een echte wederkerigheid in de relatie met het kind vaak een teleurstellende ervaring. Het opvoeden vraagt van hen een meer dan gemiddelde inzet.
Intuïtief hebben ouders hun aanpak vaak al wel aan de problemen van het kind aangepast. Bij buitenstaanders ontlokt dat vaak de opmerking dat zij hun kinderen te veel beschermen.
Vaak hebben kinderen met PDD-NOS door hun naïviteit ten opzichte van de sociale omgeving langer dan andere kinderen leiding en bescherming van hun ouders nodig.
De broertjes en zusjes krijgen daardoor wel eens te weinig aandacht. Ook zij ervaren het gebrek aan wederkerigheid in de relatie. Verder worden spontane gezinsgebeurtenissen vaak vermeden of in de war gestuurd door het kind met PDD-NOS, dat er niet tegen kan de gewone regels en ritmes te doorbreken.
Gevolgen op school Het kind met PDD-NOS kan zich minder makkelijk afstemmen op verwachtingen van de omgeving. Het is belangrijk dat leerkrachten van deze kinderen zich dat realiseren en dat ze inzien dat het starre gedrag wordt geleid door angst en geen kwestie is van koppigheid.
|
 |
Hoe herken ik PDD-NOS?
Kinderen met PDD-NOS kunnen opvallen door:
| - |
Onhandig en angstig gedrag in sociale situaties |
| - |
Weinig begrip en gebruik van nonverbale signalen (oogcontact, gelaatsexpressie, lichaamshouding) |
| - |
Het niet of nauwelijks leren van sociale ervaringen |
| - |
Het ontbreken van wederkerigheid in het contact |
| - |
Een eenzame, gesloten indruk te maken |
| - |
Zich angstig te tonen voor veranderingen |
| - |
Fanatiek vast te houden aan bepaalde routines |
| - |
Zich koppig en driftig te uiten (ingegeven door angst) |
| - |
Een eenzijdige belangstelling tonen |
| - |
Rigide en dwangmatige gedragspatronen te ontwikkelen |
| - |
Overgevoeligheid voor zintuiglijke prikkels |
| - |
Of juist weinig gevoeligheid voor geluiden, beelden, temperaturen of aanrakingen |
| - |
Een trage taalontwikkeling |
| - |
Eigenaardig ouwelijk taalgebruik |
| - |
Taal in alle gevallen letterlijk nemen |
| - |
Een onhandige, stijve motoriek |
Kinderen met PDD-NOS kunnen onderling sterk verschillen in de ernst van de kernproblemen en het aantal en de ernst van de bijkomende problemen.
Hoe wordt PDD-NOS vastgesteld?
PDD-NOS is een kinderpsychiatrische diagnose die (nog) niet is vast te stellen aan de hand van exacte gegevens. De diagnose wordt gesteld aan de hand van systematisch verkregen gegevens van de ouders, leerkrachten en bevindingen uit onderzoek van diverse deskundigen uit de medische en psychologische beroepsgroep. Doorgaans wordt de diagnose door een arts gesteld en vindt er, vooral ook als er medicatie wordt voorgeschreven, een lichamelijk onderzoek plaats.
Bijkomende stoornissen
Naast de kernproblemen van PDD-NOS - de neiging zich afzijdig te houden van sociale contacten en daardoor minder goed gevoel voor het omgaan met anderen, inclusief de angst daarvoor - zijn er vele soorten bijkomende problemen.
Mogelijke bijkomende problemen:
| - |
afwijkende zintuiglijke verwerking |
| - |
verstandelijke handicap |
| - |
gelijktijdig voorkomende stoornissen (comorbiditeit), zoals ADHD |
Bijkomende problemen bij PDD-NOS Naast de kernproblemen van PDD-NOS - de neiging zich afzijdig te houden van sociale contacten en daardoor minder goed gevoel voor het omgaan met anderen, inclusief de angst daarvoor - zijn er vele soorten bijkomende problemen.
Zintuiglijke verwerking
Veel kinderen met PDD-NOS verwerken zintuiglijke prikkels zoals zien, horen en voelen op een afwijkende manier. Soms te sterk en soms te zwak dan zijn ze hyper of hypogevoelig voor informatie die via ogen, oren of huid binnenkomt. Dat kan voor veel problemen zorgen. Denk bijvoorbeeld aan het niet goed voelen van temperatuur wisselingen en het instellen van badwater.
Spraak-taalproblemen
Bij veel kinderen met PDD-NOS is er een afwijkende spraakontwikkeling. Soms komt de spraak pas laat op gang. Vaak is er door een afwijkende intonatie van de stem een ‘ouwelijk’ spraakgebruik. Meestal wordt taal door hen te letterlijk genomen.
Intelligentie
Ongeveer driekwart van de kinderen met PDD-NOS heeft tevens een verstandelijke beperking.
Motoriek
Veel kinderen met PDD-NOS bewegen zich houterig. Op jonge leeftijd wordt de neiging gezien op de tenen te lopen of met de armen te ‘ fladderen’.
Gelijktijdig voorkomende stoornissen
(co-morbiditeit)
Psychiatrische stoornissen gaan vaker dan gemiddeld samen met andere stoornissen. Bij PDD-NOS gaat vaker dan gemiddeld samen met: ADHD, Het syndroom van Gilles de la Tourette (GTS) angststoornissen, dwangstoornissen en depressies.
NLD (nonverbale leerstoornis)
Dit is een diagnostisch concept uit de neuropsychologie wat veel overlap heeft met de kinderpsychiatrische diagnose PDD-NOS. Het NLD-concept biedt handvatten voor begeleiding van kinderen met PDD-NOS. Lees meer hierover bij NLD.
Wat te doen aan PDD-NOS?
Er is geen behandeling bekend die PDD-NOS doet verdwijnen. De behandeling bestaat, net als bij de meeste kinderpsychiatrische aandoeningen, uit een combinatie van voorlichting, medicatie, opvoedings-ondersteuning, begeleiding op school en psychotherapie in de vorm van gedrags-therapie en/of sociale vaardigheidstrainingen.
Belangrijk punt is om de omgeving van het kind zo voorspelbaar mogelijk te maken, om angsten te voorkomen. De omgeving zal zich moeten aanpassen aan de problemen van het kind met PDD-NOS en niet andersom. Het kind zal moeten worden begeleid om stapje-voor-stapje te leren omgaan met onzekerheid. Van de personen om het kind heen wordt gevraagd veel voor het kind te verduidelijken en veel geduld te hebben met driftbuien en agressiviteit.
Medicatie wordt gegeven om de bijkomende problemen zoals angst, depressie of agressie te verminderen. Soms wordt het medicijn Ritalin voorgeschreven om de aandacht en concentratie te verbeteren.
Meedoen in de maatschappij en met respect behandeld worden, ontdekken Waar je goed in bent, zelf kiezen en keuze’s maken, sociale contacten leggen en onderhouden, dit zijn dingen die voor eenieder belangrijk zijn of je een beperking hebt of niet. |